juf Veronique
 
(Advertentie voor leraar of ouder)
Week tegen pesten! Doe mee!
Buitensluiten? Uitgesloten! Katern Kwink & de Week Tegen Pesten.
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
Week tegen pesten! Doe mee!
Buitensluiten? Uitgesloten! Katern Kwink & de Week Tegen Pesten.
(Advertentie voor leraar of ouder)

Tik, tik, wie ben ik?
Eén kind doet de ogen dicht. Een ander kind tikt op de rug en zegt: "Tik, tik, wie ben ik?" Het kind moet raden wie het is. Goed geraden? nog een keer! Fout geraden? Het kind dat getikt heeft is aan de beurt.

Wat zit er in de doos?
Stop een voorwerp in een leuke doos. Geef de doos de kring rond. De kinderen mogen schudden, luisteren etc.
Nu gaan de kinderen vragen stellen om erachter te komen wat er in de doos zit. De vragen beantwoord jij met ja of nee.
Eerst mogen er een hele ronde alleen vragen gesteld worden. Daarna mogen de kinderen gaan raden.

(Advertentie voor leraar of ouder)

Tel tot 15
Met tweetallen tellen tot 15. De een begint met 1 de ander zegt 2. Om de beurt verder gaan.

 

Idem maar nu een getal overslaan . Dus 1-3-5-7-9-11-13-15

Wat is er veranderd?
Zet 3 kinderen voor de klas, laat iedereen in de klas heel goed kijken. Dan doen de kinderen de ogen dicht en verander je iets aan de kinderen voor de klas, bijv. een mouw omhoog, haarband verwisselen, broekspijp oprollen etc. De kinderen mogen weer kijken en raden wat er veranderd is.

Wie staat er voor de klas?
De leerkracht zet een rij van bijv. 3 kinderen voor de klas. Alle kinderen in de klas kijken goed en doen vervolgens de ogen dicht. De leerkracht verandert de volgorde. De kinderen mogen weer kijken en raden hoe het eerst was. Maak het moeilijker door meer kinderen voor de klas te zetten.

Dansen in de spiegel
Alle kinderen zoeken een partner. Zet muziek aan. Het ene kind maakt bewegingen, het andere kind doet dat precies na. Het ziet er dan uit alsof je in een spiegel kijkt. Doe dit met een kind voor. Wissel na een tijdje van rol.

De wereld op z'n kop
Het is de bedoeling dat de kinderen het tegenovergestelde doen van wat de leider doet. Gaat de leider staan, dan blijven de kinderen zitten, gaat de leider lachen, dan gaan de kinderen huilen etc.

'Vormen speurtocht! Eerst herhaal je met de kinderen de vormen en de kenmerken daarvan. Vervolgens laat je de kinderen door het huis op speurtocht. De kinderen gaan op zoektocht naar vormen in de huiselijke omgeving.'

  • 'Je vult een bak met alle letters van het alfabet en daarna trek je een letter uit de bak en met die letter moeten de kinderen iets in huis pakken. Je kan het bijvoorbeeld ook afwisselen door iets in huis te pakken met de letter die erna komt. Zo kunnen de kinderen ook oefenen met het alfabet!'


De kinderen krijgen opdrachten die zij zo goed mogelijk uit moeten voeren in de juiste volgorde.
- Ergens naartoe lopen
- Iets oppakken en weer neerzetten
- Gaan staan en weer gaan zitten
- Op de stoel gaan staan
- De deur open maken en weer dichtdoen
- De kast openen en weer dicht maken
- Het fruit pakken en weer gaan zitten etc.

 

Differentiatie in aantal opdrachten achter elkaar

Hoofd voelen
Eén kind wordt geblinddoekt. Een ander kind komt voor dit kind staan. Het geblinddoekte kind mag zijn/haar hoofd voelen. Wie zou dit zijn? Tijdens dit spel heeft de klas de opdracht muisstil te zijn.

Er gaat een kind naar de gang. Ondertussen gaan er twee kinderen van plaats verwisselen. Wie zit er op de verkeerde plek?

 

Wat is anders?
Eén kind gaat in het midden van de kring staan. Alle kinderen kijken goed hoe het kind eruit ziet. Dan gaat het kind naar de gang en veranderd iets aan zichzelf, bijv. veters los, trui binnenstebuiten, haar los of vast. Dan komt het kind weer terug in de kring en mogen de andere kinderen raden wat er veranderd is.

Alle vogels vliegen
Vertel iets aan de kinderen over een woord of het thema waar je in de klas mee werkt. Is het waar wat je vertelt? Dan gaan de kinderen staan en fladderen ze met de armen. Is het onzin wat je vertelt? Dan blijven de kinderen zitten.
Voorbeeld: In de lente leggen de vogels een ei.
In de lente vallen de blaadjes van de bomen.
De kelder zit altijd boven in het huis. enz.

Tellen
Tel de kinderen in de kring. Hoeveel kinderen zijn op school? Hoeveel kinderen zijn er niet?

Liedjes raden
Klap, sla op de trom, neurie of zing op lalala een liedje wat de kinderen eerder geleerd hebben. Wie weet welk liedje het is? De kinderen vinden deze activiteit erg leuk en beginnen vaak uit zichzelf mee te zingen wanneer ze het lied herkennen.

Hoeveel kinderen zitten er achter je?
Eén kind gaat met de ogen dicht zitten. Andere kinderen kruipen er stilletjes achter. Hoeveel kinderen zitten er achter je? Dit spel kan ook gespeeld worden met bijv. pittenzakjes die achter een kind worden gelegd.

Ik zie, ik zie wat jij niet ziet
Kies iets wat in de klas staat en zeg de kleur. De kinderen raden wat je in gedachten hebt, door te vragen "Is het......?"

(Advertentie voor leraar of ouder)
Leerlingen maken een eigen verhaal met Storytelling
Maak een babbelplaat, boek of film.
(Advertentie voor leraar of ouder)

Nodig: trap - getallenkaartjes 
Maak samen met je kind getallenkaartjes. Leg op elke tree van onder naar boven 1 getal. Doe elke keer voordat je gooit met de dobbelsteen het spelletje kop of munt. Munt is omhoog, kop is omlaag. Gooi met een dobbelsteen. Zoveel als je gooit, zoveel treden omhoog of omlaag. Wie is er het eerste boven?

Voorwerpen voelen
Verzamel enkele voorwerpen uit de klas en leg ze onder een doek in de kring. Eén voor één mag een kind komen voelen en raden wat hij/zij voelt. De klas probeert stil te zijn.

Iemand in gedachten nemen. Kinderen mogen vragen stellen zoals is het een jongen? Heeft hij een lange broek aan? Leerkracht mag alleen ja of nee zeggen.

Loop in de kring het cijfer bv. de 8

Welk cijfer heb je gelopen?

Op welk getal sta ik?

Ik sta met twee voeten stil op de 0. Dan ga ik drie passen vooruit, dan sta ik op.....? 

Variatie met achteruitlopen en grote stappen zijn tientallen

Wie is het langst stil?
Houd met de kinderen een wedstrijd wie het langst zijn mond kan houden. Vaak zien de kinderen dit als een spel waarbij iemand kan winnen, terwijl het voor jou een moment van rust is!

Ik ga op reis en neem mee...
Een bekend spel waarbij je steeds meer woorden moet onthouden! Het eerste kind verzint iets wat mee op reis gaat, het tweede kind herhaalt wat het eerste kind zei en voegt hier zelf iets aan toe, het derde kind herhaalt wat het eerste en tweede kind zeiden en voegt hier iets aan toe etc. Hoe ver kunnen de kinderen komen?

Klapspelletje
Klap een ritme, de kinderen klappen mee. Verander het ritme langzaam en voeg er bewegingen aan toe, zoals handen op het hoofd, handen op de schouders, 3x klappen en weer opnieuw etc.
De kinderen kunnen zo even hun engergie kwijt en het is een leuke activiteit om met de hele groep te doen. Misschien weten de kinderen ook leuke bewegingen?

Raad het beroep
Eén kind zit in het midden van de kring. Dit kind heeft een bepaald beroep in gedachten (of ingefluisterd gekregen door de leerkracht). De kinderen in de kring mogen vragen stellen. Het kind in het midden antwoord alleen met "ja" of "nee". Lukt het de kinderen het beroep te raden?
Mogelijke vragen:
- werk je met mensen?
- werk je buiten?
- heb je werkkleding?
- werk je met de computer?