juf Veronique
 
(Advertentie voor leraar of ouder)
Leren klokkijken?
Werkbladen printen of online oefenen met Klokrekenen.nl.
(Advertentie voor leraar of ouder)
(Advertentie voor leraar of ouder)
Leren klokkijken?
Werkbladen printen of online oefenen met Klokrekenen.nl.
(Advertentie voor leraar of ouder)
De kleine arme van Assisi- Een verhaal over Franciscus en zijn liefde voor de dieren Er was markt in Assisi! Een lange stoet reizigers trok naar het stadje. De meesten kwamen te voet, gebukt onder het gewicht van hun koopwaar, die zij in manden en zakken op de rug droegen. Zo beklommen zij moeizaam de steile bergwegen en het rode stof van de Monte Subasio bedekte hun gezicht en hun handen en kleren. Sommigen waren uitgeput, omdat ze al uren gesjouwd hadden met hun last, maar niemand dacht er over om terug te gaan, want er was markt en dat betekende in die dagen: feest!

Zwaar beladen ezeltjes strompelden mee in de stoet. Soms probeerden die de weg te verlaten, omdat ze ergens op een schaduwplekje wat gras ontdekten. Maar dan kregen ze met de zweep, want hun bazen hadden haast, die moesten naar de markt!

Grote, witte ossen, met lange sierlijk gebogen horens, trokken logge karren, waarop koopwaar hoog lag opgestapeld. Maar het ergst van alles waren de schapen eraan toe. Zij hadden verscheidene dagreizen moeten lopen, er was geen tijd geweest voor grazen en rusten. Met stokken werden ze voortgedreven naar de markt, waar ze verkocht zouden worden, meer dood dan levend.

Zo trokken de mensen met hun dieren door de stadspoorten van Assisi naar het marktplein. Het was er een oorverdovend lawaai! Er werd gezongen en gelachen en geschreeuwd, vooral veel geschreeuwd, want iedereen was erg opgewonden en er was al heel wat wijn gedronken. Hier en daar raakten een paar kerels aan het vechten, omdat ze het oneens waren over de prijs van een zak graan of een kreupel kalf. Aan alle kanten rinkelde het geld. Ja, er werden grote zaken gedaan! Maar de belangrijkste dingen geschiedden bijna onopgemerkt, ergens tussen het gewoel.

Zo was er in een nauw steegje een ezeltje gevallen. Dat steegje was zó steil dat men er een trap van had moeten maken, anders was het een glijbaan geworden. Het ezeltje was gestruikeld over een steen en lag nu voorover, half bedolven onder zijn eigen lading. Zijn baas sloeg hem onbarmhartig met een grote stok en schreeuwde dat het op moest staan. Maar zonder hulp kon het ezeltje niet opstaan, daarvoor was zijn bepakking veel te zwaar. Het was maar een mager ezeltje en het was doodmoe. Machteloos bleef het liggen en de slagen regenden neer op zijn rug en op zijn poten en het werd nog uitgelachen bovendien. "Sla hem dood, de luiaard!" schreeuwden de omstanders en ze bespotten de baas van het ezeltje, omdat hij met zo'n nietswaardig beest naar de markt was gekomen. Er werd gejoeld en gescholden en boven alles uit krijste een oude smerige bedelaar dat je wel een geweldige ezel moest zijn, als je zo'n stom beest nog niet eens tot lopen kon dwingen. Toen werd de eigenaar van het ezeltje natuurlijk nog bozer. Hij hief zijn zware stok hoog boven zijn hoofd om het arme dier een gemene slag op zijn neus te geven, toen er opeens iemand tussen hem en de ezel sprong.

Niemand wist waar hij vandaan was gekomen, niemand had hem tot dusverre opgemerkt. Het was ook maar een kleine, onaanzienlijke verschijning. Hij ging gekleed in een oude, versleten monnikspij en was helemaal met stof bedekt. Hij sprak geen woord. Hij keek die woedende man alleen maar aan met zijn grote, donkere ogen. Het gejoel verstomde plotseling. Iedereen hield zijn adem in, want men meende dat die kwade kerel zich nu op de kleine monnik zou werpen, dat hij hem zou neerslaan met zijn knuppel. Maar dat gebeurde niet. De opgeheven arm zakte machteloos neer, de knuppel viel op de grond. Dadelijk wendde de kleine monnik zich af en boog zich over het ezeltje. Zwijgend gespte hij de riemen los, waarmee de al te zware last op de rug was gebonden. Met zijn armen om de buik van het dier hielp hij het opstaan. Het beest trilde nog op zijn poten, maar het wreef met zijn zachte neus tegen de ruige pij. Toen nam de kleine monnik de grote last van de grond en laadde die op zijn eigen rug. Diep gebogen onder dit reusachtige gewicht strompelde hij op zijn blote voeten naar de markt. Het ezeltje liep dicht achter hem. En ook de ezeldrijver volgde, met gebogen hoofd en samengeklemde kaken. De mensen weken haastig terzijde voor de kleine monnik en pas toen hij met zijn lading en zijn gevolg verdwenen was in het gewoel, fluisterden zij: "Dat was Francesco, de zoon van Bernardone!"

Ja, dat was Francesco, die wij nu, ruim zevenhonderdvijftig jaar later Sint-Franciscus van Assisi noemen. Maar zijn tijdgenoten zagen hem toen nog niet als een heilige. Men meende dat de kleine monnik niet goed bij het hoofd was geworden, want wie trok zich nu het lot aan van dieren? En was het soms niet volkomen dwaas dat die koopmanszoon de rijkdom en de weelde van zijn vader versmaadde, dat hij alles wat hij bezat, had weggegeven aan de armen, dat hij melaatsen verpleegde, die door niemand anders werden aangeraakt? Men wist ook te vertellen dat hij met de vogels en met de andere dieren sprak alsof het zijn broeders en zusters waren! Men noemde hem spottend 'il Poverello', de kleine arme, en men tikte daarbij veelbetekenend tegen het voorhoofd.

Maar toch ging het verhaal van het gestruikelde ezeltje als een lopend vuurtje over het plein. Men lachte erom, men stak de draak met de kleine arme. Alleen zij, die het voorval zelf hadden gezien, lachten niet. En de eigenaar van het ezeltje had gauw zijn waren verkocht en was er hals over kop vandoor gegaan.

Voor de San Ruffino, de oude kathedraal van het stadje, stond een grote slager. Hij had juist een lam gekocht voor de slacht. Om het beter te kunnen vervoeren had hij de poten aan elkaar gebonden en het ruwweg over zijn schouder geworpen. "Pas maar op dat il Poverello je niet ziet!" waarschuwde iemand uit het volk, "straks neemt hij je dat lam nog af!" Maar de slager lachte luidkeels. "Ik heb het eerlijk gekocht en betaald!" riep hij. "Het is van mij en ik mag ermee doen wat ik wil! Ik zou het nog aan geen tien Poverello's afstaan!" En om zijn woorden meer kracht bij te zetten, schudde hij het lam stevig, waarop het klaaglijk begon te blaten. Dat vond iedereen erg flink van die slager. Men juichte hem toe en het was duidelijk dat ze het roerend met hem eens waren.

Maar toen de kleine, grauwe monnik naar voren schuifelde op zijn blote voeten, hield opeens iedereen zijn mond. Zelfs de grote slager verschoot een beetje van kleur, toen hij in de donkere ogen van Francesco keek. Hij deed onwillekeurig een stap terug en verklaarde al bij voorbaat dat hij er niet over dacht om zijn lam weg te geven.

"Dat vraag ik ook niet van je, broeder," sprak Francesco met zachte stem. "Ik weet dat je dit lam eerlijk betaald hebt en daarom wil ik het eerlijk van je terugkopen. Daar kan je toch niets op tegen hebben?"

Een ogenblik staarde de slager verbluft naar de kleine arme. Maar toen begon hij opeens te bulderen van het lachen. "Wel nu nog mooier," schreeuwde hij, "broeder Francesco wil iets van mij kopen en hij heeft al zijn geld weggegeven! Vertel eens op, Poverello, waarmee wil je mijn lam betalen?"

Even keek de kleine monnik verslagen om zich heen. Had hij zelf misschien voor een ogenblik vergeten dat hij niets meer bezat, dat hij al zijn eigendommen had weggeschonken? De omstanders werden alweer rumoerig. Er werd gemompeld en gelachen. Er waren er zelfs die stenen opraapten om ermee naar Francesco te gooien! Wat had die dwaze zoon van Bernardone hier eigenlijk te maken? Waarom kwam hij zonder geld naar de markt? Meende hij misschien ongestraft een eerlijke koopman te kunnen bedriegen? De slager voelde dat hij het recht aan zijn kant had. Zelfverzekerd wendde hij zich af en wilde weglopen met zijn blatende lammetje, maar Francesco legde een hand op zijn arm.

"Wacht nog even, broeder," fluisterde hij. Verbaasd keek de slager om. Wat wilde die dwaas nu nog?

Zwijgend maakte il Poverello het koord los dat zijn midden omgordde en begon toen heel bedaard zijn pij uit te trekken. De slager verbleekte.

"Broeder Francesco, dat kun je niet doen! Je mag je hier niet voor al die mensen uitkleden!" Francesco glimlachte. "Ik zal het eerlijk betalen, broeder."

"Maar dat is onmogelijk!" stotterde de slager, "je maakt ons allebei belachelijk! Zo iets doet men niet voor een lam!"

"Nee," zei Francesco, die zijn pij nu had uitgetrokken en naakt, maar volkomen rustig tussen het volk stond, "dat heeft men zelfs niet gedaan, toen het Lam Gods naar de slachtbank werd gevoerd. Hier, broeder slager, neem mijn pij. Ik weet dat hij niet veel waarde heeft, maar ik bezit niets anders wat ik je zou kunnen aanbieden. Sta mij toe dit onschuldige lammetje vrij te kopen."

Toen boog de slager beschaamd het hoofd en gaf het lam aan Francesco. En Francesco gaf hem eerlijk zijn pij. Nog voor de slager tot bezinning kon komen en de pij, waar hij immers niets mee kon aanvangen, weer kon teruggeven, was il Poverello met het lam in zijn armen de San Ruffino binnengegaan, waar hij op de preekstoel klom en zo prachtig sprak over Jezus, het Lam Gods, dat niemand zijn ontroering kon bedwingen. En toen waren er reeds verschillenden die elkaar toefluisterden: "Waarlijk, die kleine dwaas is een heilige!"



*   *   *

 

De kleine arme van AssisiSamenvatting Een verhaal over Franciscus en zijn liefde voor de dieren. Tijdens de markt van Assisi mishandelt een koopman zijn ezel. Opeens springt een arme monnik tussenbeiden; het is 'il Poverello' - de kleine arme - oftewel Franciscus van Assisi. Hij laat zien dat dieren met liefde en respect behandelt dienen te worden. Lees het verhaal
(Advertentie voor leraar of ouder)
Diploma's en oorkondes maken
Maak online een tafeldiploma, veterdiploma, een certificaat, een uitnodiging, etc.
(Advertentie voor leraar of ouder)

Franciscus: de heilige van dierendag    

 Op 4 oktober is het dierendag. Het is ook de gedenkdag van Sint Franciscus van Assisi, de heilige die volgens de legenden met dieren kon praten.

De allereerste dierendag vond plaats op 4 oktober 1930. Een jaar eerder was tijdens een internationaal congres van de dierenbescherming die datum uitgeroepen tot werelddierendag om aandacht te vragen voor het welzijn van dieren. De keus viel op 4 oktober omdat het ook de gedenkdag is van Sint Franciscus van Assisi. De heilige die bekend staat om zijn grote respect voor al het leven en dat van dieren in het bijzonder. Wat was Franciscus voor iemand en waarom werd hij heilig verklaard?

Fransmannetje

Giovanni Francesco Bernardone komt ter wereld in 1182 in Assisi, een plaatsje in de Italiaanse landstreek Umbrië. Zijn vader is een rijke lakenkoopman. Omdat zijn vader veel handel drijft in Frankrijk en daar op het moment van Giovanni’s geboorte ook verblijft, noemt hij zijn zoon Francesco; Fransmannetje.

Francesco is een levenslustige jongen. Hij groeit op in welvaart. Tijdens zijn jeugd heeft hij de ambitie om ridder te worden. Wanneer er oorlog uitbreekt tussen Assisi en Perugia trekt hij ten strijde. Tijdens deze strijdt wordt Francesco gevangen genomen. Pas een jaar later komt hij vrij, nadat zijn vader een flink bedrag aan losgeld heeft betaald. Ziek en verzwakt keert hij terug naar zijn geboortestad.

In dienst van God

De oorlog, zijn gevangenschap en het contact met armen en zieken verandert het leven van Francesco. Hij besluit zijn leven in rijkdom vaarwel te zeggen en afstand te doen van al zijn aardse bezittingen. Hij neemt zijn intrek in het klooster bij de San-Damianokerk in Assisi. Franciscus’ leven staat vanaf dat moment in dienst van God.

Na twee jaar verblijf in het klooster, begint Franciscus in de omgeving te preken. Zijn boodschap is liefde: liefde voor de Schepper, voor de mens, voor dieren en planten. Hij noemt alle levende wezens zijn broeders en zusters. Hoewel er spot wordt gedreven met zijn dierenliefde, zijn er ook velen die hem bewonderen om zijn compassie. Franciscus verzamelt al snel verscheidene volgelingen om zich heen. Uiteindelijk richt Franciscus de kloosterorde Franciscanen op. In 1217 wordt deze orde officieel erkend door Paus Honorius III.


De San-Francesco-kerk te Assisi. Deze kerk werd in de dertiende eeuw op het graf van de heilige Franciscus gebouwd.

Preek voor vogels

Franciscus’ houding tegenover dieren komt mooi naar voren in het onderstaande citaat dat aan hem wordt toegeschreven: “Alle schepselen op aarde voelen als wij, streven naar geluk als wij…God wenst dat wij de dieren bijstaan wanneer ze hulp nodig hebben…We hebben een hogere opdracht ze van dienst te zijn wanneer ze ons nodig hebben … Mensen die enig schepsel Gods uitsluiten van hun compassie en medelijden zullen op soortgelijke wijze handelen tegenover hun medemensen.”

Naast Franciscus’ compassie voor dieren is er de legende dat hij met dieren kan praten. Zo zijn er verhalen over een preek van Franciscus voor een groep vogels. In plaats van weg te vliegen, luisteren ze – volgens het verhaal – aandachtig naar zijn redevoering.

Nog beroemder is de legende over een wolf, die de inwoners van het dorp Gubbio voortdurend aanvalt. Franciscus gaat het gesprek aan met de wolf en laat hem beloven, dat hij geen mensen meer zal aanvallen. In ruil hiervoor zullen de bewoners van Gubbio hem iedere dag te eten geven. De wolf gaat akkoord met Franciscus’ voorstel en de wolf en de dorpelingen leven voortaan in vrede met elkaar.

Snel heilig

Enkele jaren voor zijn dood trekt Franciscus zich terug in een klooster in Alvernia. Hier krijgt hij in 1224 de wondtekens van Christus op zijn lichaam. Hij is dan al enige tijd ziek, reumatisch en zo goed als blind. Franciscus sterft op 3 oktober 1226, 44 jaar oud, nadat hij vergiffenis heeft gevraagd aan zijn lichaam, dat hij omwille van Christus zo weinig genoegens gunde.

Na zijn dood wordt het lichaam van Franciscus in een processie door de stad gevoerd. Iedereen wil hem zien en aanraken. Nog geen twee jaar later, op 17 juli 1228, verklaart paus Gregorius IX Franciscus heilig, voor een heilig verklaring ongewoon snel.

Franciscus’ manier van leven stond symbool voor een verandering in de godsdienstbeleving in de Middeleeuwen. Jezus’ menselijkheid kwam in deze periode steeds meer in de belangstelling te staan. De manier waarop Franciscus preekte, sprak veel mensen aan en de verhalen over de wonderen die Franciscus verrichte tijdens zijn leven deden overal de ronde. Met de heiligverklaring van Sint Franciscus gaf de paus gehoor aan de roep van het volk. Daarnaast was Sint Franciscus goed voor het imago van de katholieke kerk, die in deze periode van alle kanten onder druk stond.


Franciscus van Assisi met de heilige Clara van Assisi (1193/1194 1253), die de orde der Clarissen stichtte.

Officieel heiligenleven

Na Franciscus’ dood ontstaat er onrust binnen zijn orde. Onder zijn volgelingen ontstaat onenigheid over de vraag hoe zij hun leven moeten inrichten. Vooral het al dan niet naleven van het armoede ideaal staat ter discussie. Met de heiligverklaring geeft de paus aan de franciscaanse theoloog Bonaventura de opdracht tot het schrijven van het officiële heiligenleven van Sint Franciscus. Hierin wordt de officiële leer beschreven, waardoor er een einde moet komen aan de onrust. Het lezen van andere levensbeschrijvingen werd verboden.

Op Franciscus’ graf in Assisi werd de San-Francesco-kerk gebouwd. Zeer in tegenspraak met Franciscus’ manier van leven werd deze kerk overdadig versierd met afbeeldingen uit zijn leven door de beste Italiaanse kunstenaars van die tijd.

Sint Franciscus werd de hoofdpatroon van Italië en verschillende Italiaanse steden. Daarnaast is hij uiteraard patroon van de Franciscanen. En daar kwamen werelddierendag en sinds 1979 ook beschermer van het milieu en alle dieren bij.